Kopij

Kopij
Mijn vader en ik. Soms liepen we de stad door, op zondag. Hand in hand, hij éénmeterachtennegentig (wat voor die tijd enorm was – ook qua kleding een groot probleem), ik klein. Er heerste nog volkomen rust in de straten. Verkeer was er ook nauwelijks. We liepen over de Hobbemakade, steevast door mijn vader Hobbelmankade genoemd. Daarna richting de Weteringschans. Naar het Westeinde, vlakbij het Frederiksplein. Daar was het kantoor van De Groene Amsterdammer gevestigd. Mijn vader ging kopij afleveren. Het was in een tijd dat journalisten nog per regeltje betaald werden en met een gezin met drie kinderen, telde elk regeltje mee. Mijn zo bescheiden vader van twee meter, en ik aan zijn hand. Nadat de kopij door mij in de brievenbus geworpen was staken wij over en betraden de restanten van het Paleis voor Volksvlijt. In mijn herinnering een open ruimte in het midden door een houten vloer omringd. Ik meen dat er langs de wand winkeltjes waren maar die waren altijd dicht. Alles was uitgestorven. Volledige zondagsrust.
Tezelfdertijd gingen wij ook wel eens naar een gebouw aan de Nieuwe Zijds Voorburgwal. Op zaterdagavond. In dit pand huisden verschillende kranten, De Telegraaf, De Volkskrant, Trouw en Het Parool. Voor een van deze kranten werkte mijn vader en soms moest hij ’s avonds werken en mochten wij als gezin mee. We mochten kiezen: heen lopen en terug met de tram, of andersom. Twee ritjes was te duur. Maar de rijkdom was wel dat we TV konden kijken, daar. We zagen de Mounties bijvoorbeeld. Of Rudy Carell. Thuis hadden wij nog geen televisie. Die kwam pas in 1964, toen ik tien werd en de Olympische Spelen waren, in Japan. Dan konden we onze vader zien die een maand van huis was.
De biografie Anna was een feest der herkenning. De beschrijving van de ruimten daar, aan de Nieuwe Zijds Voorburgwal.
Later, eind jaren ’60, verhuisde de krant naar de Wibautstraat. Jarenlang stond op de suikerzakjes van het gebouw een toren afgebeeld die er pas veel later kwam. Een enkele keer gingen wij er op zondag heen. Spannend op die stille redactie, daar waar de telexen ratelden. Kopij brengen. Of hij moest een stukje schrijven. Weer later werd de kopij in een busje aan de buitenmuur van ons huis gedaan. Dan kwam ’s nachts een koerier langs. Vele jaren later kwam ik deze koerier tegen als mede-ouder op het schoolplein waar wij onze kinderen ophaalden. Hij bleek inmiddels een zeer bekwaam luchtfotograaf te zijn geworden die zij sporen verdiend had.
De kopij die gemaakt werd bestond in eerste instantie uit twee A-4tjes met een kop van de krant erboven. Daartussenin een carbonpapiertje. Dat mocht ik er soms tussen doen, dat magische carbon, waarmee je ook toveren kon, als je er op tekende. Daarna het gerikketik op de machine, eerst een Remmington, later een Triumph. Ik heb hem nog, bewaard. Weer later een kant en klaar pakketje met meer kleuren; wit, roze, geel, blauw. Een blaadje voor de krant en de rest voor thuis. Archief. Stapels naast het bureau van mijn vader.
Bij het ontruimen van het huis vond ik nog stapels ouderwetse A-4tjes. Ik nam ze mee naar mijn werk en liet de kinderen er mooie papier maché maskers van maken.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s