Reve

DSC01635 DSC01638

Reve

 

Mijn held overleed tien jaar geleden. Het toeval wilde dat ik een paar weken terug voor een cursus een biografie moest lezen. Ik koos ‘Ons leven met Reve’. Geschreven door de levensgezel van het eerste uur van Gerard (Kornelis van het) Reve, Willem van Albada, Teigetje. Het was een boeiende biografie, of misschien ook meer een auto-biografie. Het gaf een prachtig inkijkje in het leven dat zij leidden, het ontstaan van hun vriendschap, later uitgebreid met Henk van Manen, Woelrat. Hun verhuizing naar Greonterp en de verbouwing van hun huis in Frankrijk. En ten slotte hun scheiding. En het volledig negeren van hun betekenis bij ziekte en na de dood van Reve door zijn laatste levensgezel. Het boek was in een Reviaanse stijl geschreven en ook nu moest ik regelmatig lachen om allerlei beschrijvingen. Wie nu wát had uitgevonden aan die stijl, ik zou het niet weten. Maar ik herkende Reve er in.

Stom toeval was het dat afgelopen week in het teken stond van zijn overleden, nu tien jaar geleden. Ik had me dat totaal niet gerealiseerd. En hij bleef voor mij eigenlijk ook altijd een beetje leven. Die Reve.

Op mijn vijftiende kreeg ik voor Sinterklaas van mijn ouders De Avonden. Ik las het en was meteen verkocht. Genoot van zijn manier van schrijven en verslond de latere boeken. Niet alle verhalen vond ik even boeiend, hoewel…. Ik las zijn korte verhalen wel eens aan mijn kinderen voor; Lekker kerstbrood bijvoorbeeld (waarbij ik steeds moest stoppen vanwege de slappe lach). Maar niet alleen de verhalen vond ik prachtig, de figuur intrigeerde mij ook mateloos. Ooit als leerling journalist bij Het Parool begonnen als rechtbankverslaggever, in de tijd dat mijn vader (zaliger) er werkte. Vragend of hij zich iets herinnerde er van was het antwoord dat hij nogal gefixeerd was op de daders en de straffen. Iets wat wel herkenbaar was in zijn werk.

Reve woonde niet ver hier vandaan, in de tijd dat De Avonden geschreven werd. Het speelde zich dus ook daar af. Ook dat vond ik intrigerend. En zo begon ik allerlei nieuws omtrent de persoon te volgen. Zo heb ik zelfs nog een krantenknipsel ergens uit het eind van de zestiger, begin zeventiger jaren waarin staat dat hij in een winkel in Veenendaal een man in de kassarij op de bek geslagen had. Dat verhaal kon ik, nu belicht van de andere zijde, teruglezen in de biografie. Later, toen zij al lang uit Greonterp vertrokken waren, bezocht ik het gehucht en het huis.

In 1978 reed ik met mijn nieuwe liefde naar Zuid-Frankrijk. In de buurt van Le Poët-Laval, in de Drôme zag ik ineens een Citroën HY bus met Nederlands kenteken. Enigszins bezeten begon ik deze te volgen om na een halfuur af te haken, ontdekt hebbend dat het hier iemand heel anders betrof. Wel maakte ik nog een foto van het, zijn, huis in het dorpje. (Hoe gek kun je zijn).

Ik genoot van Reve als hij ergens opdook in een programma of artikel. Zijn formuleringen, zijn hele verschijning, die ik ook bepaald niet onaantrekkelijk vond.

Maar ik ben ook verlegen.

En toen kwamen de lezingen. Ik meen een in de Brakke Grond, maar daar ben ik niet zeker van, en een in de kerk in Leiden. Met mijn bibliotheek ging ik op pad om na het genieten van zijn toespraak en beantwoorde vragen (waarvoor ik zelf veel te schijterig was om er ook maar één te stellen, ik wilde wel maar mijn hart bonkte in mijn keel) met mijn boeken naar de meester te schuifelen. Ik bood mijn boeken aan, een hele stapel. Reve ondertekende alle exemplaren met de kroontjespen. En, ik mag wel zeggen, dolgelukkig toog ik naar huis.

En toen was hij dood. Hij was langzaamaan afgetakeld, wat nog –voor zover ik mij goed herinner- in een portret van Hanneke Groenteman te zien was, opgenomen in zijn huis in Machelen aan de Leie. Een man wiens hersenen aangetast waren.

Eind april van dat jaar, 2006, bezochten we Brugge. Op de terugweg besloot ik langs Machelen aan de Leie te rijden. Een deceptie. Na vertrek uit het prachtige Brugge kwamen we terecht in het deprimerende kale en platte landschap van West-Vlaanderen. Bij Machelen aan de Leie sloegen we af en reden een eindeloze rit over een rijksweg in onderhoud. Ergens in een zijstraat sloegen wij af om het huis van Reve, waar nu zijn weduwnaar woonde, te bewonderen. Een treurig inspiratieloos huis met een enorme overwoekerde tuin en naar beneden gelaten rolluiken. Het was een korte straat. Het leek wel een straatje in niemandsland (ik put uit mijn herinnering). Vervolgens zochten wij de begraafplaats op waar Reve niet lang ervoor ten grave gedragen was, zonder, en dat wist ik nu uit de biografie, de aanwezigheid van Teigetje en Woelrat, die zoveel betekend hadden in zijn leven. Na enig zoeken kwamen wij aan de andere kant van dezelfde treurige rijksweg bij de begraafplaats aan. Op een nieuw en kaal veld lag hij daar, rustten zijn vermoeide botten, zijn weggevreten hersens. Zijn stoffelijk overschot. Bedolven onder vergeelde en inmiddels verlepte bloemstukken. Ik werd er treurig van.

Ik had graag de begrafenis bijgewoond van mijn held, ik had alleen de radio-uitzending gevolgd die (in mijn herinnering) zaterdagmiddag. Wij zetten toen de caravan op. Heel volks. Maar ik was erg blij nu er naar toe te zijn gegaan. Het had al mijn fantasieën ingelost. Het was afgerond.

Ik schreef een kaart en stak die tussen de bloemen, bedankte hem voor alle mooie momenten die zijn boeken voor mij betekend hadden. Stak tot slot de pen in de zandhoop en vertrok. Hem eenzaam achterlatend. Oud en Eenzaam.

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s