AFAC

AFAC fietsdepot

AFAC

Oftewel: ‘Ah Fuck’. Dat was wat ik dacht nadat mijn jongste zoon thuiskwam van zijn nieuwe baantje. Hij, een hardwerkende en hele serieuze student had in de ochtenduren op het Zuidplein gewerkt, om wat bij te verdienen. Maar na zijn dienst beek zijn fiets foetsie, om maar een leuke alliteratie erin te gooien. Of om het nog wat uit te breiden: ‘Fuck, fiets, foetsie!’. Dochter zei dat hij misschien was meegenomen omdat hij daar niet had mogen staan. ‘Voor fietsen verboden’, en dat op 20 april….

Maar goed, zoeken, tussen de hekken en rekken had niets opgeleverd. Dus ofwel hij was meegenomen door de AFAC (Algemene Fiets Afhandel Centrale -hoezo deze naam, waar slaat de naam op? Het is de Algemeen Erkende Diefstal Centrale, AEDC-, net als parkeerbeheer een van de best werkend diensten van de stad, door mij vaak ‘grappend’ de Stasi genoemd) óf hij was gestolen en dan moest er –al was het maar voor de statistieken- aangifte worden gedaan.

Als eerste werd gebeld met de AFAC. En we hadden meteen BINGO. Hij stond er. In een onoplettend moment, mijn zoon had er steeds zicht op, was hij dus ingeladen in een auto van dit team.                                                                                                                                                                                                                                     Het was de tweede keer dat dit gebeurde. De eerste keer was een jaar of acht geleden, de dag nadat mijn zoon zijn twaalfde verjaardag had gevierd. Door de verjaarsvisite was het mij ontschoten. Er was aangekondigd dat er nieuwe rekken zouden komen dus iedereen moest zijn fiets er uit halen. Het schoot mij ’s ochtends om kwart voor acht te binnen en ik rende naar buiten. Te laat. De auto was al weg en het rek ook. Én mijn zoons kinderfiets. Ik belde rond met de instanties en de auto werd getraceerd, we renden de buurt door, maar het mocht niet baten. Ook in een andere buurt was de auto al geweest. Dat betekende dus vijftien kilometer van ons huis érgens in het Westelijk Havengebied van Amsterdam de fiets ophalen. À, toen nog, € 10.

Maar ik moest die dag even later met mijn demente moeder naar het ziekenhuis, er moest geheugentest worden. Wat betekende: eerst naar het Zorgcentrum, helpen aankleden, met haar daar naar toe, de test, een gesprek met de geriater, en daarna de fiets ophalen. Al met al meer dan ruim een dagdeel bij elkaar. Zonder fiets was mijn kind onthand. Ontfietst. En hij had die dag ook al een sportdag dus moest ik hem eerst naar de sportvelden brengen anders kwam hij te laat. Kortom, een hoop geregel voor de moderne sandwichmoeder.

Na dit alles, net op tijd, kwamen wij in het niemandsland liggend tussen de wereldzeeën bevarende schepen. Daar waar de geur van ver weg hangt. Daar waar het terrein van de AFAC zich bevindt: een terrein van wel drie voetbalvelden groot met alleen maar fietsen, fietsen en nog eens fietsen. Zoveel eenzaamheid bij elkaar. Bij een armoedige hut konden we vrij snel alles afhandelen en zo kon mijn moeder nog net op tijd aanschuiven voor de avondmaaltijd en kon ik thuis op de valreep een maaltijd op tafel toveren. Het was een lange dag geweest.

Later ontving ik nog op mijn klacht hierover een excuusbrief van de een of andere buurtwethouder. Hij schaamde zich voor de gang van zaken. En terecht.

Maar nu belden wij en bleek de fiets dus daar te staan. Voor dit keer € 22.50 konden wij hem ophalen. Dat was wel in acht jaar tijd meer dan een 100% verhoging. Voor € 35 kon ik hem laten bezorgen en na een korte overweging koos ik daar voor. Er heen rijden zou mij ten slotte ook zo’n zes euro kosten, dan de tijd en de ergernis dus ik koos voor luxe. Met een strik er om.

Hij zou de volgende dag gebracht worden. Tussen halftwee en half vier. Vandaag dus.                                                                                                                                  ExKAKT om halfvier wordt er aangebeld en kan ik de fiets weer in mijn armen sluiten. Ik betaal de € 35 (ongeveer het door mijn zoon bij elkaar gewerkte bedrag in vijf uur, en steek mijn pinpas in een losse-broekzak-pinautomaat). De man, die met een keurig gesloten busje (‘Bezorgservice’) de fiets heeft vervoerd, houdt het apparaat goed vast, met een tremor. Van de drank? Vraag ik mij stiekem af. Want van zulk werk word je toch echt niet vrolijk, al die fietsen bezorgen bij die boze eigenaren. Ik houd mij beleefd in en bedank hem, maar diep van binnen vervloek ik die klotedienst. Als er geld te kloppen valt werken de diensten uitstekend.

 

 

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s