Simon : Want zij gelooft in mij

hoogleraren

Simon : ‘Want zij gelooft in mij’

 

Zo luidt de titel van een beroemd lied……. Opgetekend vanuit een prismawoordenboek, zo hebben wij kunnen zien. Hij zou over enkele dagen de pensioengerechtigde leeftijd bereikt hebben, hoewel, die is een beetje opgerekt dus + drie maanden, of zoiets. En daarna AOW. Die André.                                      Maar eigenlijk gaat dit verhaal niet over hem. Het gaat over een andere man, op een jaar na even oud. En nu mijn zoon net dit lied ten gehore bracht herinner ik mij ineens een beeld dat ik nog altijd  op mijn netvlies heb.

Het is vele jaren geleden dat de man van een vriendin van mij, noem hem een vriend (ook al zo’n mooi Hazeslied, het eerste dat ik hoorde en waarbij ik meteen de LP aanschafte, in 1980, maar dit terzijde) zijn inaugurele rede hield. Hij werd hoogleraar en ging les te gaan geven aan een universiteit. Hij werd meester van de aankomende dokters en specialisten in zijn vakgebied.                                                                                                                                                                                                  Wij waren uitgenodigd om plaats te nemen in de betonnen krochten van het universiteitsgebouw waar deze ceremonie plaatsvond. Het was een vrij donker en fantasieloze ruimte, in mijn herinnering.  Spartaans. Ik weet niet eens of er wel banken waren of dat het een onaffe bouw betrof. Grijs en hard en kil.

Op zeker moment kwam onze vriend vergezeld door hoogleraren de ruimte binnen en stak van wal. Het onderwerp betrof een bepaalde kankersoort en werd vrolijk omlijst door grote dia’s. Maar omdat onze vriend een bijzonder mens is, zou hij niet zijn wie hij was zonder het serieuze gedeelte ook af en toe wat te verluchtigen. En zo zagen we een lelijke penis met hoge hoed, maar ook wat familiekiekjes ertussendoor. Ineens verscheen mijn vriendin meer dan levensgroot op de muur afgebeeld, héél hoog boven op een berg met de handen gevuld met berggruis, meen ik. In ieder geval toonde zij haar vuile handen. Bezweet en in klimkleding. Typisch mijn vriendin en een typisch beeld dat weergeeft hoe zij samen het leven delen.

Na enige tijd werd de deur geopend en verscheen de pedel. De hoogleraren stonden op van hun zetel (waarschijnlijk wel met een kussentje) en verlieten in een stoet de ruimte, onze vriend flankerend. Hoge heren (en dames) met fluwelen baretten en toga’s, het had iets middeleeuws. Behalve één ding, door de zaal galmde André Hazes ‘Want zij gelooft in mij’.                                                                                                                                                                                                                                                Ik was ontroerd, trots, op onze vriend, om zoveel respect van mijn vriend voor zijn vrouw, zoveel lef om deze volksmuziek te verheffen naar intellectuele hoogte. Of beter, om het leven misschien te relativeren, verschillen samen te brengen, te verbinden.

Altijd als ik dit lied hoor, piept deze gedachte om een hoekje van mijn geest. Het is zo’n mooi beeld, zo liefdevol.

’s Avonds vierden wij in de bekende Wintertuin een groot feest en samen schilderden wij een winterlandschap, genummerd en wel, met schaatsers, grachtenhuizen, platbodems. Zo werd alles terug gebracht tot normale proporties. Het leven zelf.

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s