Held

henk-sneevliet Henk Sneevliet

Held

We gingen het matras van paps’weg gooien. Hij had er bijna dertig jaar op geslapen.  Om eerlijk te zijn, hij was er niet van af te rossen, er moest echt flink geweld gebruikt worden. Maar het had geholpen en uiteindelijk reden we over de A 10 naar de Henk Sneevlietweg, een oersaai stukje hoofdstad, desolaat en deprimerend. Een doorgangsroute met een rails voor de sneltram. Eeuwig waaiend.  Er woont niemand. Er staan alleen kantoren.

Ik vertelde mijn zoon, maar dit even terzijde, dat Henk Sneevliet een verzetsheld geweest was. Dat had ik verleden jaar gehoord. Mijn zoon was onder de indruk, voornamelijk vanwege het feit dat je als verzetsheld een dergelijk treurige straat naar je vernoemd kreeg.  En bij nalezing – allemaal nog steeds terzijde- schaam ik mij er zelfs voor dat een man met deze staat van dienst, een straat naar zich vernoemd krijgt bij het Afvalpunt, langs de snelweg. Zó gaan wij met onze helden om!

Het is altijd een feest om naar het Afvalpunt te gaan, om verschillende redenen: er loopt bijzonder personeel rond, dat ten eerste. Er komen, veelal, mannen van allerlei pluimage: keurige mannen in kluskleding, de armen nu écht uit de mouwen stekend en puin afvoerend, vaders en zonen om wat weg te gooien maar ook moeders en zonen dus. En van de zomer waren we er om een Louis seizequatorzequinzestoeltje weg te gooien. Er ging een werknemer in zitten die vroeg of het van Beatrix geweest was… Ik heb maar niet verklapt dat het van mijn schoonmoeder was.

We namen afscheid van het matras, maakten een foto en gooiden het in de container en stuurden de foto naar paps, ten teken dat het nu echt voorbij was. Op zijn bed lag een hagelwit nieuw matras met medicinale werking. Dat moest goed zijn.

Na weer gewogen te zijn geworden bij vertrek, ook een vast onderdeel van het Afvalpunt (om te checken dat je geen illegale dingen afvoert, anders dan gemeld), besloot ik ‘binnendoor’ te rijden. Dus niet over de snelweg. Ik besloot de koninklijke route te volgen om te laten zien hoezeer deze weg meandert, om vervolgens in de componistenbuurt aan te komen. En dáár ging het mis. Net als met deze componist, die veel langer geleden leefde dan dat ik kon bevroeden, zag ik op Wikipedia.

Voor de enorme kerk, in de naar hem vernoemde straat, stonden twee gigantische verhuiswagens uit Brexit. Het betrof hier een internationale verhuizing, zoveel was duidelijk. De vrachtwagens stonden voor mij aan de linkerzijde van de straat dus ik had in principe geen obstakel. Ik passeerde de eerste vrachtwagen. Normaliter behoort dan, volgens de afgesproken regels, het mij tegemoetkomende verkeer achter de vrachtauto’s plaats te nemen, tot de kust veilig zou zijn. Maar neen, er kwam nog net een dame in een klein autootje snel even voordringen. Dacht zij. En zo stonden wij neus aan neus en probeerde dit oude dametje mij achteruit te laten manoeuvreren zodat zij haar weg kon voortzetten. Zij begon druk te gesticuleren, gebaarde dat ik achteruit moest, sloeg haar armen ten hemel en ineens had ik er genoeg van. Nu heeft een stadsdeel Zuid niet in elke stad eenzelfde sociale cohesie, Rotterdam Zuid is heel iets anders dan Amsterdam Zuid geloof ik, maar in die laatste plaats bevond ik mij. Afkomstig uit deze wijk kende ik mijn pappenheimers, en ik trok nog een beetje op. We stonden nu bijna met de lippen tegen elkaar. Ik liet zien dat ik helemaal niets van plan was dan alleen maar vooruit rijden. De dame in kwestie had blijkbaar dezelfde mening maar ik was echt heel erg stellig en ineens bevond ik mij in een situatie die ik eigenlijk met mijn normale verstand afkeur. En toch bleef ik staan. De Brexitmannen keken geamuseerd maar toch ook een beetje verbijsterd door zoveel halstarrigheid van het –eigenlijk gewoon domme- oude vrouwtje. Ik stapte uit om haar nog even de regels te updaten en zei dat ze heus gezien had dat ik allang aan het langsrijden was en dat ik vanselangsalseleve niet van plan was achteruit te gaan. Ik had er echt zin in! Ik hield sleutelbos in de lucht bungelend en riep (langzaamaan toch ook een beetje kokend)  dat ik ‘rustig een boodschapje ging doen.’

En toen begon het getoeter.  Ik woog de situatie even snel af, aha, een medestander achter mij. Nu gingen de verhuizers zich er ook mee bemoeien; mevrouw werd, in het Engels toegesproken en streng naar achteren gedirigeerd. Dáár waar ze hoorde. Nee, erger, ze moest nu helemaal achteraan sluiten want er had zich een fikse rij gevormd en alle mensen die wél verstand hadden van de regel dat je je in een dergelijke situatie afwachtend op dient te stellen, stonden nu achter de dubbel geparkeerde vrachtauto’s.
Oei, dat was balen.

Dom vrouwtje.

Mijn zoon zat zwijgend naast mij en keek strak voor zich uit al die tijd. Ik was bang de volle laag te krijgen omdat ik, zijn moeder, zijn voorbeeld, me totaal verlaagd had tot een ordinaire straatruzie. Maar ineens sprak hij de wijze en ware woorden: ‘Typisch Amsterdam Zuid gedrag van die vrouw.’ Wat kon hij toch kernachtig formuleren, mijn zoon. En met een dubbel gevoel reden wij nog een meter of achthonderd door en parkeerden voor de deur. Tjongejonge, wat een verzetsdaad had ik gepleegd zeg. Wat een held was ík….

 

 

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s