Hond

rudi aan het werk...

Hond

Juni 2012 kwam hij in ons gezin. Dochter had eindelijk een eigen woning en was een beetje in een beter vel komen te zitten en kon haar wens om een eigen hondje te hebben inlossen. Ik wilde nooit een hond want: a) ik hou meer van katten en b) ik heb een hekel aan de dwang van honden uitlaten en c) ik vind honden eigenlijk een beetje dom, en dat gepoep vies. Maar toen, bij ons tweede bezoek aan het asiel kwam de aangevraagde Yorkshire aantrippelen. Bij ons eerste bezoek kregen we teckel Max mee maar die was zo teleurstellend dom en ongeïnteresseerd tijdens de proefwandeling dat we hem snel retourneerden. Nee, dit hondje stal meteen onze harten. Wij gingen weer proefwandelen en het was liefde op het eerste gezicht. Dochter legde een bedrag neer en hond ging mee naar huis. We hadden nog geen naam en hij heette Bas maar die naam wilden we niet. Onderweg kwamen allerlei namen langs; Boris, Kees, Klaas, Peter, Anus, die laatste leek ons leuk, dat oma hem moest uitlaten en dan ‘Aaaanus’ roepen. We hadden enorme lol. Maar het werd Rudi.

In oktober van dat jaar gingen mijn dochter en ik met zijn tweeën naar Spanje. Rudi ging vliegen, met ons. Op Marktplaats vonden we een bench want Rudi was nèt te hoog op de poten voor in de cabine. Hij ging in het ruim. Op Barcelona aangekomen en wachtend in de hal op de bagage, ging bij de laatste band een rode lamp knipperen. Rudi verscheen in zijn bench onder de flappen van de bagageband door en stond met een schok stil. We haalden hem uit de bench en met de gehuurde auto reden we twee uur in het donker van de nacht naar de plaats van bestemming. Die week zou Rudi in vrijheid zijn hart ophalen met rennen langs de kust. Dat het weer ‘naadje’ was, deed er voor hem niet toe.

Dochter ging een opleiding volgen, ging vijf weken naar Bonaire, nog eens drie weken naar Bonaire, drie maanden voor stage naar Londen. En zo werd Rudi onze gemeenschappelijke hond, hoewel ik niks met honden had en heb. En terwijl de week honderdachtenzestig uur bevat, en ik gemiddeld zo’n zestig uur daarvan in bed doorbreng, slapend en lezend, was Rudi ook nog eens een uur of zestig, gemiddeld, bij ons. Wat inhield dat wij toch opgezadeld werden met de uitlaatservice. Meestentijds opgevangen door andere dochter.

En zo is Rudi in de afgelopen jaren met ons mee geweest naar Frankrijk, Oostenrijk, Duitsland en Italië, ook met het vliegtuig. Hij vindt alles vanzelfsprekend. Of hij nu in de auto (favoriet!) een tochtje maakt, door de Italiaanse heuvels rent, in een Oostenrijkse stoeltjeslift of cabine zit, alles vindt hij heerlijk, en overal is hij welkom.

Een ding vindt hij vreselijk, en daar kan ik me heel goed in vinden: het bezoek aan de hondenweide van het Beatrixpark. Mij doet het enorm herinneren aan mijn twintig jaar wachten op het schoolplein op mijn kinderen, na school. De hondenouders staan op eenzelfde wijze te kletsen. Verschrikkelijk. Rudi komt meestal op schoot zitten bij mij en weert alle honden en hondjes af die aan zijn poeperd willen snuffelen. Ik word onpasselijk van al het gesnuffel van die honden aan poeperd en pieserd. Ook het piesen met opgeheven pootje en dan een snuffelende snuit erbij doet mij erg aan plasseks denken. Ik vind honden vies. En ook dom. Ik heb er niks mee. Dus na een minuut of tien, Rudi is ten slotte een hond en moet verplicht van mij even tussen de honden verkeren vanwege het identiteitsgevoel, vertrekken we. Hij mag snuffelend naar huis. Op naar het volgende reisje.

Thuis schrijft hij zijn eigen verhalen…..