In memoriam Tibbe

 

IMG_1983

In memoriam Tibbe  2000-2017

Derde kerstdag 2005 kwam Tibbe in ons midden. Via een kattendatingsite met Crailo hadden we hem uitgekozen, hij had zichzelf gepresenteerd als Captain, maar toen we hem twee weken ervoor wilden ophalen bleek hij een ziek vogeltje met een oogblessure. We mochten een andere kat uitzoeken, nu we er toch waren, maar zo zijn wij niet. Die derde kerstdag liep hij als een vorsende vorst de kamer binnen en urineerde direct in de hoek van de kamer, naast de televisie waar op dat moment een film draaide: Minoes. Captain zette een punt en wij noemden hem sindsdien Tibbe.

Door de jaren heen ontwikkelde Tibbe zich steeds meer, hij las boeken, de krant en keek televisie. Slapen deed hij in een van onze bedden of in zijn eigen mand of op de bank. Óf boven op zolder, op een schapenvacht. Dan vlijde hij zijn rijzige lichaam neder in een straal zonlicht en genoot van de warmte. Beneden genoot hij ook van de warmte door zich naast mijn computer, op schouderhoogte, uit te strekken op de cv, waarop ik een fleecedeken had gelegd zodat hij, als hij er op ging liggen zich niet verbranden kon en zich op één van de zuidelijke costa’s waande. Af en toe streken wij even onze hoofde langs elkaar, wij hielde van elkaar. Hij had die band met iedereen maar het meest met de jongsten. Bij de een lag hij graag op schoot, de ander had hij een vermoeden van dat zij een relatie moesten hebben. Als zij, mijn jongste dochter, langs kwam, veerde zijn hoofd op en volgde hij haar en als hij dacht dat er iets aanstonds was, liep hij achter haar aan. Zij was zijn vrouw. Dacht hij. Hij haar man, dacht zij, mijn dochter.

Tibbe op vakantie in de Limburgse heuvels

In betere tijden wipte hij nog wel eens een vogel van de balustrade op het balkon. Eénmaal had hij een duif gevangen, ondanks de blindheid aan zijn ene oog. Het beest had hij in zijn overdekte kattenbak verstopt en telkens ging hij, voor een volgende gang, richting bak tot hij op zeker moment aandrang kreeg. Toen werd de duif, tot karkas verworden, een probleem. Ik wipte het er uit en Tibbe kon zijn behoefte de vrije loop laten.

IMG_6529

Tibbe en Rudi, gedoogpartner

Afgelopen week is mijn jongste dochter weduwe geworden. Na een vrij lange periode waarin hij ziek bleek en langzaamaan slechter werd. De laatste maand steeds sneller. De keuze die we hadden om hem een pootje te helpen, wilden wij uitstellen omdat hij toch nog zichtbaar genoot. Hij had zich nog op zijn kattenbak gesleept om in een nieuw lentezonnetje te zitten, nestelde zich nog tegen ons aan, als hij zin had. Wilde graag nog eten en drinken maar wel met hulp. Hij had een oude-katten-mannetjeskwaal: nieren. Langzaamaan werd hij magerder. Elke zoveel weken gingen we met hem, of zonder hem, naar de dierenarts buiten de stad. Daar werd hij, als hij mee was, onderzocht: bloeddruk meten (heel bijzonder, met een dokter Bibbersetje), bloed, urinecontrole, hartje, de steeds kleiner wordende nieren en gebit. Het gebit was in slechte staat, ook versneld achteruit gegaan. Maar reiniging was te gevaarlijk, dat trok zijn hartje niet meer. Dus pureerde wij zijn eten, mijn dochter dan, zijn vrouw. De laatste dag voor zijn heengaan werd het echt bar en boos. Twijfel sloeg ons om het hart. Wat te doen, de rit in een auto naar de dierenarts, of nog een kansje geven thuis te sterven. De laatste dag lag hij op de bank op een namaak, wasbaar, vachtje, met om zich heen drie warme pittenkussens en een fleecedeken erover heen om hem lekker warm te houden. Wij zaten bij hem, de hele dag, toch aan huis gekluisterd door de winterschilder. Wij aaiden hem, kusten hem, zeiden dat hij lief was en dat hij dat altijd geweest was. Dat hij mocht gaan. Aan het eind van de middag gaf hij er gehoor aan. Hoewel, dat vergat ik nog, hij had nog gehoor tot vijf jaar geleden Rudi in zijn leven kwam. Rudi, de hond van mijn oudste dochter. Rudi, altijd blij, maar Tibbe niet prettig verrast hierdoor. Vanaf dat Rudi zijn intrede deed in ons huis, sloot Tibbe zich af en zette zijn gehoor uit. Hij was acuut stokdoof waardoor hij soms als een gek aria’s begon te zingen. In het begin schrokken wij en werden er zelfs een beetje bang van, maar ook dat wende later. En zelfs de laatste weken probeerde hij nog wel wat maar leek het meer op een slap aftreksel van een burlend hert, als je hem erbij zág. Een beetje zielig. Een oud mannetje, zoals hij ook zichtbaar verouderd was in zijn gezicht.

En nu, nu is Tibbe naar de eeuwige jachtvelden vertrokken. Niet meer onder ons. We namen met zijn allen afscheid in de huiskamer. Rudi mocht even ruiken maar draaide zich angstvallig om en liep weg. Wij sniften wat, kusten hem, aaiden zijn volkomen door zichzelf opgevreten lichaam. Er werd een namaak houten kistje van de Aldi gehaald en daar werd hij in gelegd, in een handdoekje. Van de oude heerser, zoals hij er ooit uitzag was niets meer over. Wij legden hem in het doosje óp zijn kattenbak waar hij de nacht doorbracht. En wij gingen denken wat we met hem zouden doen. Toen de eerste zonnestralen zijn bak bereikten, verschoof ik hem richting schaduw en toen dat er niet meer was, legde ik een oud wit laken erover heen. Ondertussen was het een hevig gesteggel wat met hem te doen. We opperden: bos, Achterhoek, Amstel stille zijde, ons nikszeggende voortuintje, de binnentuin van de buurt (met het risico dat we door de ME verwijderd zouden worden) het plantsoen enz. en eindigden bij een natuurbegraafplaats aan de overzijde van het IJ.

In de avondspits reden wij erheen, met zijn vijven. Vier vrouwen en één man, hij droeg de doos. Hij vond het allemaal maar onzin. De schep die we geleend hadden bleef onberoerd. Ook daar, want hij kon niet meteen begraven worden ‘want het was weekend’. Wij werden voorgegaan door een soort uitvaartleider, met langzame schreden. Wij volgden in kolonne, een beetje lacherig vanwege de hele voorstelling. Rudi mocht niet mee de ruimte in die we zouden betreden. We stapten over een hoge drempel van soort boerderijgebouw alwaar we in een soort aula terecht kwamen, een afscheidsruimte met potten en gordijntjes opgesierd. Zoals ik bij het afscheid van mijn moeder in de rouwkamer had gezien. Er was gedempt licht. Daar werd Tibbe nog even geaaid, en gekust en de uitvaartleider vroeg of we bij de crematie wilden zijn. He, ho, nee, niks cremeren, dat wil zijn weduwe niet. Begraven, dat was de hele reden dat wij hier nu waren. Hoewel cremeren nog minder dan een kwart van de kosten zou zijn, wij gingen voor begraven.

Nadat we buitengekomen even een kijkje wilden nemen op zijn toekomstige rustplaatsweide, tilde Rudi tot onze schrik zijn pootje op, midden op het strooiveld, en veegde zijn pootjes harkend na zijn plas met kracht achteruit, de korrels ruw opvliegend

En zodoende hebben wij maandag a.s. een begrafenis in Noord. Daar zal hij in een weide bijgezet worden naast soortgenootjes onder de grond. Daar kunnen wij de komende jaren langsgaan en bij onze eigen gecodeerde plek even tijdens een moment van stilte bij hem zijn.